04 — Inzichten
Wat er in je Google-bedrijfsprofiel moet staan voordat je aan je website begint
Voor een lokaal bedrijf is het Google-bedrijfsprofiel vaak de eerste indruk. Wat erin hoort, en waarom het altijd hetzelfde moet zeggen als je site.
Als iemand in jouw omgeving zoekt naar wat jij doet, is de kans groot dat hij je website helemaal niet opent. Hij ziet je bedrijfsprofiel in Google, kijkt naar de beoordeling, de openingstijden en een foto, en belt vanuit dat blokje. Je site komt in dat geval niet eens in beeld.
Dat maakt het profiel geen bijzaak naast je website. Het is voor veel lokale bedrijven de eerste indruk, en het is bovendien gratis en in een half uur op orde te brengen. Voordat je geld uitgeeft aan een nieuwe site, is dit de plek om te beginnen.
Wat er ingevuld moet zijn
De hoofdcategorie. Dit is het belangrijkste veld en tegelijk het veld dat het vaakst te ruim staat ingesteld. “Aannemer” terwijl je dakdekker bent, of “restaurant” terwijl je een lunchroom hebt. Google gebruikt die categorie om te bepalen bij welke zoekopdrachten je meedoet. Kies de categorie die het dichtst bij je hoofdactiviteit ligt en zet de rest erbij als extra categorie.
Openingstijden, inclusief afwijkingen. Een profiel dat op een feestdag “geopend” toont terwijl je dicht bent, levert een teleurgestelde bezoeker en soms een slechte beoordeling op. Zet de feestdagen er vooruit in.
De website-URL. Klinkt vanzelfsprekend, maar het is een van de dingen die in de praktijk regelmatig ontbreekt of naar een oude site wijst. Controleer ook of de link naar je homepage gaat en niet naar een pagina die niet meer bestaat.
Het telefoonnummer waarop je opneemt. Niet het nummer van een oud kantoor, en niet een nummer dat doorschakelt naar een voicemail die niemand afluistert.
Het gebied waar je werkt. Werk je bij klanten thuis in plaats van op een eigen locatie, dan kun je een servicegebied instellen in plaats van een adres. Dat is voor installateurs, hoveniers en schoonmaakbedrijven meestal de juiste keuze.
Foto’s van je eigen werk. Geen aangekochte beelden. Een bezoeker herkent binnen een seconde het verschil tussen een echte foto van jouw zaak en een stockfoto van een keuken die nergens bestaat.
Reageren op beoordelingen hoort erbij
Antwoord op elke beoordeling, ook op de goede, ook kort. Bij een slechte beoordeling geldt hetzelfde als bij een klacht aan de telefoon: begin met wat er misging, zeg wat je eraan doet, en ga niet in discussie. Je schrijft dat antwoord niet voor de klager. Je schrijft het voor de volgende bezoeker die het leest.
De regel die alles bij elkaar houdt
Je profiel en je website moeten hetzelfde zeggen. Zelfde bedrijfsnaam, zelfde adres, zelfde nummer, zelfde openingstijden, zelfde beschrijving van wat je doet. Als iemand op je profiel leest dat je tot 18:00 open bent en op je site tot 17:00, weet hij niet meer waar hij aan toe is. En Google weet het ook niet.
Dit is de reden dat ik bij een nieuwe site altijd eerst naar het bedrijfsprofiel kijk. Als daar een ander verhaal staat, is de site opnieuw bouwen het halve werk.
Kort na te lopen
- Klopt de hoofdcategorie met wat je feitelijk het meeste doet?
- Staan de feestdagen erin voor de komende maanden?
- Wijst de website-link naar een pagina die nog bestaat?
- Staan er foto’s van je eigen werk, van dit jaar?
- Is de laatste beoordeling beantwoord?
- Zeggen je profiel en je site precies hetzelfde over openingstijden en adres?
Loopt dit rond en blijft het toch stil? Dan zit het verderop in de keten, meestal in wat er gebeurt nadat iemand doorklikt. Daar kijk ik graag met je naar.